Op de plek waar nu de fabriek van Troelstra’s dakbedekkingen in IJlst staat,  is Johannes Bartoldi Nauta begonnen met het maken van pek (pik) en teer voor de scheepsbouw in IJlst. Blijkbaar was die plek (toen nog op afstand in het weiland langs de Geeuw) al in gebruik om teer te stoken omdat de plek bij grondtransacties Pekpolle genoemd werd. Uit handgeschreven aantekeningen van zijn vader, notaris Abraham Waslander, staat daarover het volgende: [tekst niet goed leesbaar]

foto-pikpolle-ca-nauta-fries-scheepvaartmuseum
Teerproductie op de Pikpolle

Pikpolle:
had oorspronkelijk (in 1838) de perceelnummers 349 en 350 (zie kadastraal minuutplan IJlst 1811-1832). Zeker aan de verkoop behorende polle of perceeltje land gelegen onder het gehoor van de stad IJlst. Van ouds de Rogmolenspolle genaamd met de daarop staande huizinge c.a. gedeelten N294 vermoedelijk op de kadastrale legger nu B349 als weiland 15 roede en B350 als huis, erf 3/90 roede naastgelegen de geeuw het land van de erven Bouwe Rinks Groeneveld bevoorrecht met voetpad over het land van de erven R.R. Groeneveld  e/d Diaconie van de …Herv. Gem. IJlst en wel langs het molenerf van de op het land staande houtzaagmolen des heren T.W. Kate en a en enisdijk over het gemeenteland de stad IJlst langs de zoogenaamde zaagmolendijkje tot naar en .. de weg. (Titels van aankomst onbekend als …….. … koopakte wel aangevoerdVerkooper Auke Walzes Bokma slager te IJlst bij acte van Mr. Nauta te IJlst en overgeschreven en ceel 3N38 den 19 feb 1839 kooper alg arme te IJlst met alle zoodanige en land  …. Bezwaard en servilents  ….. en mandeligheden als daaraan van ouds behoorende en behoorende zijn geweest ofschoon in deze geheel niet of abusievelijk ….. zijn uitgedrukt of zouden over de kooper dienaangaande eenige zulke kunnen restitueren.

Geeuwkade met Trompmolen 1905
Geeuwkade met Trompmolen ca. 1905

Houthandel en zagerij:
Beide zoons Cornelis en Abraham Nauta nemen de zaak van hun vader over. Op 1 april 1903 wordt de oprichtingsakte voor de VOF C&A Nauta door notaris Wiarda te IJlst opgesteld. Een maand later verkoopt vader Johannes Nauta een huis met schuur voor f 300,= aan zijn beide zoons. Enkele jaren later rond 1910 wordt de teerproductie op de Pikpolle aangevuld met houtzagerij van de Trompmolen. C&A Nauta presenteren zich als oliekokerij, lijnolie, teer, pik enz. én als loonzagerij De Trompmolen. In 1894 werd de Trompmolen verkocht aan houthandel Oppedijk, die tot 1908 eigenaar blijft. In dat jaar wordt de molen verkocht aan Sierd Roosjen en Schelte Westerdijk, beiden te IJlst. Sierd Roosjen en Schelte Westerdijk waren de zagers van de molen en zij bewoonden de beide knechtenwoningen. In feite fungeerden zij als stromannen voor Abraham en Cornelis Nauta om elke associatie met de familie De Vries (houthandel S.O. de Vries) te vermijden, want Oppedijk had een concurrentiebeding in de verkoopakte laten opnemen, omdat Abraham Nauta de schoonzoon was van Sybolt Okke de Vries en zwager van Okke en Eeltsje Durk de Vries. Naderhand werd deze koop geformaliseerd en werden C. en A. Nauta ook officieel eigenaar van de Trompmolen. Abraham Nauta woonde voor de aankoop van de molen trouwens reeds in het molenaarshuis en bleef daar na de aankoop ook wonen. De familie Nauta had nu dus de molen in eigendom, exploiteerde deze en had ook het personeel in dienst, terwijl het gebruik van de molen bij houthandel S.O. de Vries berustte. Er werd op de molen alleen maar gezaagd in opdracht en voor rekening van De Vries. Deze houthandel nam voorheen zijn producten af van de fa. Oppedijk, maar kon zich nu, dankzij het gebruik van de Trompmolen, ontwikkelen tot een volwaardige houthandel. De Trompmolen werd in 1922/23 door de fa. Spijksma afgebroken. [bron: archief IJlst]

pikpolle overzicht
Overzicht Pikpolle aan de Geeuw

 

factuur C&A Nauta 1910Van productie naar handel:
De handel groeide en de teerproducten vonden per schip over de Geeuw hun weg buiten IJlst. Zijn beide zoons Cornelis en Abraham hebben de fabriek later overgenomen. Abraham deed de binnendienst en Cornelis de buitendienst met klantcontacten. Ze hadden klanten van Muggenbeet tot Archangelsk. Cornelis had wel wat met Rusland. Hij is o.a. naar Riga op huwelijksreis geweest en had Russisiche beleggingen in olie. Leuk detail, de firma had geen fysiek adres, maar wel het intercontinentale telefoonnummer 2 in IJlst.

stempels C.N. en A.N.
Stempels van C&A Nauta

Toen Cornelis ouder werd heeft Abraham de zaak doorgezet. Op enig moment (ik weet precies wanneer) is de fabriek verkocht aan dhr. Th.M.H. Ament. Doordat de bereikbaarheid van het fabrieksterrein onvoldoende was om de vraag naar producten aan te kunnen, is de firma “met haar hele hebben en houden” uit IJlst vertrokken en heeft zich gevestigd aan het Grootzand 81 in Sneek. Later is de firma verhuist naar de Prins Hendrikkade in Sneek.
Bron: krantenartikel: Einde IJlster Pikpolle nadert met rasse schreden

 

 

Verffabriek C en A Nauta Grootzand 81 Sneek
Verffabriek C en A Nauta Grootzand 81 Sneek
winkel C en A Nauta Sneek 1928
winkel C en A Nauta Sneek 1928